vrijdag 28 februari 2014

Een Finse "Bijvangst"

Ongeveer twee weken geleden, na een overleg in Arnhem, leek het ons een goed idee om nog even te kijken of we op de vuiloverslag van Oss projectvogels van ons konden vinden. Eenmaal aangekomen op deze vuiloverslag, welke bekend staat om zijn grote aantallen geelpoot- en pontische meeuwen, zagen we dat er flink wat grote meeuwen aanwezig waren.

Er waren drie projectvogels aanwezig. Een van deze projectvogels was vrouw zilvermeeuw wit 7U. Deze vogel is in 2008 als pul met enkel metaal geringd in de kolonie van Moerdijk. Van het moment van het ringen tot zijn vierde levensjaar zijn er geen waarnemingen bekend van deze vogel. Als volwassen vogel werd zij gevangen in de kolonie van Amerongen en voorzien van een kleurring en wordt nu ieder jaar gezien in de bovengenoemde kolonie en op de vuiloverslag van Oss.

Vrouw zilvermeeuw W-7U

Naast de bovengenoemde projectvogels zagen we ook twee in Polen geringde pontische meeuwen en verschillende ongeringde geelpoten en ponten. In de kolonie in Amerongen broedt ook sinds 2012 een pont (zie blogpost van 21 oktober 2012) en enkele geelpoten, samen met zilvermeeuwen. Het resultaat hiervan zagen we op deze locatie terug, er liepen verschillende halfbloedjes, met kenmerken van alle drie de bovengenoemde soorten.

3kj zilvermeeuw, 3kj pontische meeuw met Poolse kleurring en een adulte geelpootmeeuw

Maar de ultieme kers op de taart, kwam aan het einde van de middag. Het begon al donker te worden toen we een kleine mantelmeeuw zagen lopen. Het beest viel op door zijn complete juveniele pluimage en kleine voorkomen (nauwelijks groter dan een stormmeeuw). Maar het mooiste was het feit dat er een grote metalen ring om zijn poot zat! Met het geluk dat het beestje rustig op een paar meter van onze bus rondscharrelde lazen we de ring af... Een heuse Baltische Mantelmeeuw!!

2kj Baltische mantelmeeuw (Larus fuscus fuscus)

Deze ondersoort van de kleine mantelmeeuw was geringd in een zuivere kolonie in de omgeving van Vaasa, Finland, op meer dan 1500 km van Oss. In Nederland zijn Baltische Mantelmeeuwen zeer zeldzaam, er nog geen 20 gevallen bekend van deze soort in Nederland. Wat een dag.

Afstand kolonie Baltische Mantelmeeuw naar Oss, hemelsbreed 1575km







dinsdag 25 februari 2014

Ver van huis

De afgelopen week kregen we een aantal leuke terugmeldingen van geringde kleine mantelmeeuwen uit Mauritanië. Er waren namelijk enkele Nederlanders beroepshalve afgereisd naar West-Afrika voor vogeltellingen. Op onderstaande foto het haventje bij Dakhlet Nouadhibou (foto Tom van Spanje) waar enkele projectvogels van ons verbleven afgelopen winter.


Bob Loos was succesvol met het aflezen van ringen in de Banc D'Arguin en Tom van Spanje in de omgeving van Nouakchott. Buiten de tellingen om staken zij moeite en energie in het aflezen van ringen en maakten verschillende projectleiders van kleurringprojecten blij met hun waarnemingen.



Er werden projectvogels afgelezen afkomstig uit de kolonies van Moerdijk, Vlissingen, Maasvlakte en Europoort. Op onderstaande foto is W[W.9] te zien (foto Tom van Spanje) geringd als mannetje in 2009 op het nest te Moerdijk. Net als de meeste andere waargenomen vogels in Afrika heeft deze vogel geen winterwaarnemingen van elders wat suggereert dat hij na het broedseizoen mogelijk vrij snel naar Mauritanië koerst.



Eerste kleine mantelmeeuwen terug op de kolonie.

Vorige week ben ik met Roland-Jan voor het eerst op de kolonie in Moerdijk geweest.  We hoopten dat de kleine mantelmeeuwen,  welke daar broeden, al weer terug waren op de kolonie. We hadden namelijk vorige week al verschillende geringde kleine mantelmeeuwen op de vuiloverslag van Breda gezien.


Kleine mantelmeeuw (W)P4 op de Vuiloverslag van Breda, broedvogel van Moerdijk.

Naarmate de avond vorderde zagen we steeds meer Kleine Mantelmeeuwen de kolonie inkomen om te overnachten. Daarnaast waren er ook verschillende zilvermeeuwen aanwezig. Er waren verschillende geringde beesten, zoals de kleine mantel (Y)JH, aanwezig. Deze in 1999 geboren man verblijft elk najaar op een vuilstort in Lewarde, Noord Frankrijk, op 200km van de kolonie. Ook afgelopen winter werd hij daar gezien, voor het laatst in november 2013.


Kleine mantelmeeuw(Y)JH in de kolonie.

In de kolonie waren alleen nog kleine mantelmeeuwen aanwezig welke overwinteren in Midden en  Zuid-Europa, voornamelijk in Frankrijk. De meeuwen welke overwinteren in Afrika komen waarschijnlijk later aan in de kolonie.


Zilvermeeuw (R)H1 en Kleine Mantelmeeuw (Y)VY & (W)84

woensdag 19 februari 2014

Even voorstellen!

Ik ben Merijn Loeve en ik studeer Landscape & Environment Management aan de Hogeschool Inholland te Delft. Vanaf 3 februari ben ik begonnen met afstuderen bij Buijs Eco Consult. Via deze blog zal ik regelmatig updates plaatsen over interessante dingen die ik tegenkom, en over de voortgang van mijn onderzoek tijdens mijn afstudeerperiode.



Mijn afstudeerproject richt zich op de effecten van verstoring op de kolonie van zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuwen op industrieterreinen. Ik ga onderzoek doen naar de mogelijkheden voor een ideale situatie voor zowel de meeuwenkolonies, als voor de bedrijven op een industrieterrein.  Dit houdt in dat de meeuwenkolonie daar duurzaam kan blijven bestaan en dat de overlast van de meeuwen voor de bedrijven geminimaliseerd wordt. 

zondag 21 oktober 2012

Meeuw aan een stokje

Gisteren fotografeerde Jan Zorgdrager een van onze meeuwen op de Wilhelminasluis in Zaandam. de vogel was geringd door Hans Keijser en Evert Eijkelenboom op 10 juli 2012 op Europoort.
Het viel het Jan op dat de betreffende meeuw een saté prikker in z'n achterste (cloaca) had zitten.
Dergelijke saté-prikkers heb ik weleens vaker waargenomen door de krop van meeuwen o.a op de vuilstortplaats van Bergen op Zoom en die van Nieuwdorp. Maar een saté prikker in de achterkant is nieuw voor mij. Dergelijke schade wordt mijns inziens opgelopen tijdens het foerageren op onnatuurlijke voedselbronnen als vleesverwerkende bedrijven, open vuilstorten, vuiloverslagstations of huisvuilzakken in stedelijk gebied. Ik verwacht niet dat hier sprake is van dierenmishandeling, alhoewel er een hoop rare figuren rondlopen. Jan zag dat de vogel overigens nog wel een normale "meeuwen stoelgang" had. Hopelijk raakt de vogel snel verlost van zijn nieuw aanhangwagen.

20-10-2012 Zaandam, Wilhelminasluis (Jan Zorgdrager)
20-10-2012 Zaandam, Wilhelminasluis (Jan Zorgdrager)

Eerste broedgeval Pontische meeuw Nederland

Hieronder een kort verslag over het eerste succesvolle broedgeval van een Pontische meeuw (Larus cachinnans) in Nederland door PieterGeert Gelderblom. 

Sinds enkele jaren bevindt zich op de landtong tussen het stuwcomplex en de schutsluis in de Nederrijn bij Amerongen een kleine kolonie Kleine mantelmeeuwen Larus fuscus en Zilvermeeuwen L. argentatus. Zowel in 2011 als in 2012 broedde er tevens een adult man Geelpootmeeuw L. michahellis, beide keren gepaard met een Zilvermeeuw. Weliswaar is het stuweiland zelf niet vrij toegankelijk, maar vanaf de zuidoever van de Nederrijn is het grootste deel van de kolonie prima te overzien.

Op 20 mei 2011 ontdekte ik op deze plek een solitaire vierde kalenderjaar man Pontische Meeuw L. cachinnans. De vogel droeg een metalen clipring om de linkertarsus, maar vanwege de afstand kon deze niet kon worden afgelezen. Gedurende het hele broedseizoen werd hij onregelmatig in de kolonie aangetroffen. Bij de laatste waarneming van dat jaar, op 6 augustus, baltste de vogel naar een adult vrouw Zilvermeeuw.

Op 3 maart 2012 bleek dezelfde (al dan niet helemaal zuivere) Pontische Meeuw opnieuw op het stuweiland aanwezig. De vogel was nu duidelijk gepaard met een adult vrouw Zilvermeeuw en liet herhaaldelijk zijn long call  horen, in de voor deze soort karakteristieke ‘albatroshouding’ (cf. Klein et al 2003). Op 10 maart was ik getuige van een copulatie. Na afloop sleepten beide echtelieden weliswaar al wat speels met nestmateriaal, maar het duurde tot 27 april voor er serieuze nestbouw werd waargenomen. Op 2 mei zat zowel het mannetje als het vrouwtje af en toe op het nest, terwijl er ook nog wat laatste plukjes mos werden aangesleept. In de eerste week van mei moeten de eieren zijn gelegd – voor Zilvermeeuw is dat normaal, voor Pontische Meeuw aan de late kant (cf. Skórka et al 2005).

 Nest Pontische meeuw x Zilvermeeuw (PieterGeert Gelderblom)

 Op 16 en 25 mei bezochten Roland-Jan Buijs en ik de landtong. In het nest van het broedpaar Pontische Meeuw x Zilvermeeuw bleken drie eieren te liggen. Het vrouwtje werd op het nest gevangen en voorzien van witte tibiaring [7.C]. Helaas slaagden we er op beide data niet in het mannetje te vangen.

Op 2 juni zag ik het mannetje voedsel uitbraken bij het nest, maar op dat moment was de vegetatie rond het nest al zo hoog dat ik vanaf de zuidoever van de Nederrijn niet kon zien of er jongen waren. Twee weken later werd mijn vermoeden echter bevestigd: door de kolonie banjerde een jonge meeuw, op de voet gevolgd door een trotse vader cachinnans!

 Pontische meeuw met zijn nazaat (PieterGeert Gelderblom)

Tijdens mijn wekelijkse observaties zag ik de pluizenbol in rap tempo uitgroeien tot een flinke juveniele meeuw. De vogel onderscheidde zich van een jonge Zilvermeeuw door een relatief dunne snavel, vrij donkere buitenste grote dekveren, donkere tertials met een vage subterminale tekening en een scherp afgetekende staartband.

 Hybride Pontische meeuw x Zilvermeeuw (PieterGeert Gelderblom)

Op 7 juli noteerde ik de eerste vliegoefeningen, hoewel nog niet alle slagpennen volgroeid waren. In de tweede week van augustus werd de vogel voor het laatst waargenomen (door Ted Hoogendoorn), terwijl hij in oostelijke richting over de Nederrijn vloog. De beide ouders zijn ten minste tot in september nog af en toe waargenomen in de kolonie.

Blijkens Skórka et al (2005) eten de Poolse broedvogels hoofdzakelijk vis en afval. Het is niet goed bekend waarvan het Amerongse broedpaar leefde. Eén keer zag ik beide partners plukken aan een dode Grauwe Gans Anser anser, één keer zag ik hoe de Pontische Meeuw een Grauwe Gans een ei afhandig maakte en één keer zag ik hem zijn jong een (ongedetermineerde) vis voeren. In tegenstelling tot twee lokaal geringde Zilvermeeuwen zijn de Pontische Meeuw en zijn partner tijdens het broedseizoen geen enkele keer aangetroffen op de vuilstort van Barneveld, op 25 km afstand van de kolonie.


LITERATUUR

Klein, R. en Buchheim, A. Die Albatrospose der Steppenmöwe Larus cachinnans. Limicola 17 (2003): 21-26.
Lenda, M., Zagalska-Neubauer, M., Neubauer, G. en Skórka, P. Do invasive species undergo metapopulation dynamics? A case study of the invasive Caspian Gull, Larus cachinnans, in Poland. Journal of Biogeography 37 (2010): 1824-1834.
Skórka, P., Wójckik, J. en Martyka, R. Colonization and population growth of Yellow-legged Gull Larus cachinnans in southeastern Poland: causes and influence on native species. Ibis 147 (2005): 471-482.
Snow, D.W. en Perrins, C.M. The Birds of the Western Palearctic. Oxford University Press, New York, 1998.

vrijdag 19 oktober 2012

Als familie op pad...

Afgelopen weekend zag Miguel Juan van het Madrid Gull Team (http://www.madrid-gull-team.blogspot.nl/) op de vuilstort van Pinto (Madrid) twee projectvogels van mij die een ouder - kindrelatie hebben.
Het gaat om het mannetje kleine mantelmeeuw W[7.V] en zijn nakomeling W[9.V].
W[7.V] is op 25 mei 2012 geringd op het sluizencomplex van Amerongen (Utrecht). In deze binnenland kolonie broeden enkele tientallen paren kleine mantelmeeuw en zilvermeeuw. Tijdens deze ringactie had W[7.V] 3 eieren. Op 27 juni 2012 is W[9.V] geringd. Door waarnemingen van PieterGeert Gelderblom is de ouder-kindrelatie in de loop van juli vastgesteld. Dit is gebeurt middels waarnemingen van bedelen en uiteindelijk gevoerd worden in de kolonie. Op 26 augustus hebben beide vogels weliswaar de kolonie verlaten maar worden zij wel samen gespot nabij Houten in de Honswijkerwaarden (Utrecht). Ook hier wordt de ouder-kind relatie nog eens bevestigd door waarnemer Bram Borkent.
Bram weet beide vogels op de plaat te zetten en tot 13 oktober horen we niks meer van dit duo.

W[7.V] 26-08-2012 Houten, Honswijkerwaarden (Bram Borkent)

W[9.V] 26-08-2012 Houten, Honswijkerwaarden (Bram Borkent)

Op 13 oktober ziet Miguel Juan in een rustende groep van 2.000 kleine mantelmeeuwen beide vogels terug, weliswaar niet direct naast elkaar maar wel in een sub-groep van de in totaal 10.000 verblijvende kleine mantelmeeuwen op deze vuilstortplaats. Pinto ligt  op een hemelsbrede afstand van zo'n 1.600 km van Amerongen waar W[9V] uit het ei kroop eerder dit jaar. Het is voor mij het eerste geregistreerde geval van een familierelatie die op zo'n grote afstand van de geboorteplaats nog bij elkaar is. Doorgaans gaan meeuwen vrij vlot na het broedseizoen hun eigen weg, om elkaar dan in het voorjaar weer in de kolonie aan te treffen. Het prikkelt eens te meer om meer gericht jongen van geringde ouders te ringen.