zondag 21 oktober 2012

Eerste broedgeval Pontische meeuw Nederland

Hieronder een kort verslag over het eerste succesvolle broedgeval van een Pontische meeuw (Larus cachinnans) in Nederland door PieterGeert Gelderblom. 

Sinds enkele jaren bevindt zich op de landtong tussen het stuwcomplex en de schutsluis in de Nederrijn bij Amerongen een kleine kolonie Kleine mantelmeeuwen Larus fuscus en Zilvermeeuwen L. argentatus. Zowel in 2011 als in 2012 broedde er tevens een adult man Geelpootmeeuw L. michahellis, beide keren gepaard met een Zilvermeeuw. Weliswaar is het stuweiland zelf niet vrij toegankelijk, maar vanaf de zuidoever van de Nederrijn is het grootste deel van de kolonie prima te overzien.

Op 20 mei 2011 ontdekte ik op deze plek een solitaire vierde kalenderjaar man Pontische Meeuw L. cachinnans. De vogel droeg een metalen clipring om de linkertarsus, maar vanwege de afstand kon deze niet kon worden afgelezen. Gedurende het hele broedseizoen werd hij onregelmatig in de kolonie aangetroffen. Bij de laatste waarneming van dat jaar, op 6 augustus, baltste de vogel naar een adult vrouw Zilvermeeuw.

Op 3 maart 2012 bleek dezelfde (al dan niet helemaal zuivere) Pontische Meeuw opnieuw op het stuweiland aanwezig. De vogel was nu duidelijk gepaard met een adult vrouw Zilvermeeuw en liet herhaaldelijk zijn long call  horen, in de voor deze soort karakteristieke ‘albatroshouding’ (cf. Klein et al 2003). Op 10 maart was ik getuige van een copulatie. Na afloop sleepten beide echtelieden weliswaar al wat speels met nestmateriaal, maar het duurde tot 27 april voor er serieuze nestbouw werd waargenomen. Op 2 mei zat zowel het mannetje als het vrouwtje af en toe op het nest, terwijl er ook nog wat laatste plukjes mos werden aangesleept. In de eerste week van mei moeten de eieren zijn gelegd – voor Zilvermeeuw is dat normaal, voor Pontische Meeuw aan de late kant (cf. Skórka et al 2005).

 Nest Pontische meeuw x Zilvermeeuw (PieterGeert Gelderblom)

 Op 16 en 25 mei bezochten Roland-Jan Buijs en ik de landtong. In het nest van het broedpaar Pontische Meeuw x Zilvermeeuw bleken drie eieren te liggen. Het vrouwtje werd op het nest gevangen en voorzien van witte tibiaring [7.C]. Helaas slaagden we er op beide data niet in het mannetje te vangen.

Op 2 juni zag ik het mannetje voedsel uitbraken bij het nest, maar op dat moment was de vegetatie rond het nest al zo hoog dat ik vanaf de zuidoever van de Nederrijn niet kon zien of er jongen waren. Twee weken later werd mijn vermoeden echter bevestigd: door de kolonie banjerde een jonge meeuw, op de voet gevolgd door een trotse vader cachinnans!

 Pontische meeuw met zijn nazaat (PieterGeert Gelderblom)

Tijdens mijn wekelijkse observaties zag ik de pluizenbol in rap tempo uitgroeien tot een flinke juveniele meeuw. De vogel onderscheidde zich van een jonge Zilvermeeuw door een relatief dunne snavel, vrij donkere buitenste grote dekveren, donkere tertials met een vage subterminale tekening en een scherp afgetekende staartband.

 Hybride Pontische meeuw x Zilvermeeuw (PieterGeert Gelderblom)

Op 7 juli noteerde ik de eerste vliegoefeningen, hoewel nog niet alle slagpennen volgroeid waren. In de tweede week van augustus werd de vogel voor het laatst waargenomen (door Ted Hoogendoorn), terwijl hij in oostelijke richting over de Nederrijn vloog. De beide ouders zijn ten minste tot in september nog af en toe waargenomen in de kolonie.

Blijkens Skórka et al (2005) eten de Poolse broedvogels hoofdzakelijk vis en afval. Het is niet goed bekend waarvan het Amerongse broedpaar leefde. Eén keer zag ik beide partners plukken aan een dode Grauwe Gans Anser anser, één keer zag ik hoe de Pontische Meeuw een Grauwe Gans een ei afhandig maakte en één keer zag ik hem zijn jong een (ongedetermineerde) vis voeren. In tegenstelling tot twee lokaal geringde Zilvermeeuwen zijn de Pontische Meeuw en zijn partner tijdens het broedseizoen geen enkele keer aangetroffen op de vuilstort van Barneveld, op 25 km afstand van de kolonie.


LITERATUUR

Klein, R. en Buchheim, A. Die Albatrospose der Steppenmöwe Larus cachinnans. Limicola 17 (2003): 21-26.
Lenda, M., Zagalska-Neubauer, M., Neubauer, G. en Skórka, P. Do invasive species undergo metapopulation dynamics? A case study of the invasive Caspian Gull, Larus cachinnans, in Poland. Journal of Biogeography 37 (2010): 1824-1834.
Skórka, P., Wójckik, J. en Martyka, R. Colonization and population growth of Yellow-legged Gull Larus cachinnans in southeastern Poland: causes and influence on native species. Ibis 147 (2005): 471-482.
Snow, D.W. en Perrins, C.M. The Birds of the Western Palearctic. Oxford University Press, New York, 1998.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen