woensdag 4 juni 2014

Nieuwdorp: De Zilverstort van Vlissingen

De meeste mensen komen niet voor hun plezier op een vuilstort. Bergen huisafval, vliegen en....meeuwen! Een vuilstort is een ideale plaats om ringen af te lezen. Gisteren zijn we daarom naar vuiloverslag 'Nieuwdorp' geweest in het Sloegebied nabij Vlissingen. En we hadden geluk, bij aankomst werd er gebufferd op de vuilstort. Bij het bufferen wordt vers huisvuil door vuilniswagens direct gedumpt op de vuilstort. De meeuwen kunnen dus hun hart ophalen en waren in grote getale aanwezig.


Bij aankomst gingen er meer dan duizend meeuwen de lucht in. Opvallend is dat de meeuwen alert blijven en bij onraad gelijk het luchtruim verkiezen. Vervolgens wacht de gehele groep met landen totdat er een enkele dappere meeuw durft te landen. Vanaf dat moment is de kust weer veilig verklaard en duikt de groep weer massaal het vuil in. Waar op vrijwel elke vuilstort in Nederland het merendeel van de meeuwen kleine mantelmeeuwen betreft, is deze vuilstort een echt zilverwalhalla. 

Zilverwalhalla

Een ander opvallend gegeven is dat je bijna geen enkele ring meerdere malen ziet. Deze turn-over is zeer groot, net als de aantallen geringde meeuwen. Uiteindelijk gingen we met bijna 150 aflezingen weer naar huis. Het grootste gedeelte van de geringde meeuwen komt uit de kolonies welke zich op verschillende plaatsen in hetzelfde havengebied bevinden. Daarnaast waren ook enkele Belgische en een Franse kleurring aanwezig.

Belg B-HMAL
Fransoos R-522K

De concurrentie op een vuilstort is groot. Momenteel hebben de meeste meeuwen jonge kuikens en willen ze snel de krop volvreten en terug naar de jongen. Dit verklaart ook voor een groot gedeelte de turn-over. Wanneer er eten wordt gevonden duiken er gelijk meeuwen op die willen meeprofiteren van andermans vondst. Ook de meeuwen met ringen van ons project maken zich veelvoudig schuldig aan deze diefstal.

Zilvermeeuw B-E1 en kleine mantelmeeuw Z-HW in de aanval

dinsdag 27 mei 2014

Een puber op eieren

De afgelopen weken hebben we veel adulte kleine mantelmeeuwen en zilvermeeuwen geringd op de Maasvlakte. Vorige week zagen we tijdens het ringen een opvallende kleine mantelmeeuw van zijn nest af komen. Deze kleine mantelmeeuw kwam qua ruipatroon het meest overeen met vogels van twee jaar oud (in vaktermen een 3de kalenderjaar, drie kalenderjaren na de geboorte in juni)

Voor mijn afstudeeronderzoek heb ik uitgezocht na hoeveel jaar geringde pullen terug komen in een kolonie om te broeden. Uit dit onderzoek bleek dat het grootste gedeelte van de 79 afgelezen geringde vogels uit mijn proef na drie tot zes jaar terug kwamen als broedvogel naar de kolonie. Er waren geen gevallen bekend van vogels welke na twee jaar al terug kwamen om te broeden. In de afgelopen 10 jaar ringen was er slechts één geval bekend van een broedende kleine mantelmeeuw van deze leeftijd. 

Terugkomst pullen als broedvogel in de kolonie (Loeve, 2014)

Een zeldzame ontdekking dus. Het besluit om deze vogel te proberen te vangen was dan ook snel gemaakt, zodat we deze konden voorzien van een ring en konden documenteren.

Nest 3de kalenderjaar kleine mantelmeeuw

En met succes! Na een inloopval over het nest te hebben gezet liep deze broedse makker de kooi in en konden we deze ringen en documenteren. De mannelijke vogel werd geringd met een blauwe kleurring met de code "FT" en een zwarte marker.

ZB-FT met zijn nieuwe ringen
Een 3de kalenderjaar kleine mantelmeeuw heeft een kenmerkend kleed. Waar de rug vaak al volledig is doorgeruid naar de het leizwarte adulte kleed, zijn de vleugels vaak nog in het juveniele bruine kleed. Ook ZB-FT had deze kenmerkende bruine vleugel met slechts enkele doorgeruide leizwarte veren. 
Open vleugel ZB-FT

Pas wanneer de vogel zijn adulte kleed bereikt is de staart compleet wit. In het 3de kalenderjaar is meestal nog een groot gedeelte van de bandering van het 2de kalenderjaar kleed zichtbaar.

Staart ZB-FT

Persoonlijk vind ik dit een van de gaafste stadia van het ruiproces van de kleine mantelmeeuw omdat je mooi de overgang ziet tussen het bruine juveniele kleed en het kenmerkende wit met zwarte adulte kleed. Een unieke kans om dit kleed is van dichtbij te fotograferen.

 

Kopstudie ZB-FT


woensdag 7 mei 2014

Op de eieren!

Sinds mijn laatste post zijn de meeuwen in de verschillende kolonies alweer een stuk verder dan baltsen. De eileg is sinds twee weken begonnen en het gros van de paartjes zit al op de eieren. Het is dan ook een drukte van jewelste in de verschillende kolonies en naast het broeden wordt er druk doorgebaltst, gepaard en gevochten.

Kleine mantelmeeuw op het nest

Zowel de zilvermeeuwen als de kleine mantelmeeuwen leggen gemiddeld drie eieren om ze daarna tussen de 27-30 dagen te bebroeden. Waar de kolonies enkele maanden geleden nog in zijn geheel opvlogen als je naderde, trekken ze zich nu een stuk minder van je aan en blijven ze straf op het nest zitten.

Nest Kleine Mantelmeeuw

Omdat de meeuwen zo broeds zijn, is nu de tijd aangebroken van het ringen van de adulte vogels. 

Een van de eerste vangsten!


maandag 5 mei 2014

Den Witte

Tijdens het laatste bezoek aan de Sassenplaat kwamen we een wel heel bijzondere meeuw tegen. Normaal zie je in de kolonie op de Sassenplaat namelijk vooral veel zwarte ruggen van de kleine mantels, afgewisseld met hier en daar een zilvermeeuwtje. Tijdens onze afleesronde landde echter plots een witte verschijning op een van de afvoerbuizen. Waar de normale kleine mantelmeeuwen een mooie zwarte mantel hebben, was deze meeuw compleet wit, met scherp afgetekende gele poten en snavel.

De witte verschijning

Deze kleine mantelmeeuw heeft een afwijking welke men leucisme noemt. Leucisme kan voorkomen bij elke diersoort, en zelfs bij mensen. Het is een gebrek aan pigment, waardoor de huid, schubben, haren, of in dit geval de veren, wit zijn. Leucisme wordt vaak verward met albinisme, maar is niet hetzelfde. Albino's hebben namelijk altijd rode ogen en zijn vaak gevoelig voor zonlicht. Bij leucisme is dit niet het geval.


Leucisme is bij kleine mantelmeeuwen ook bekend, maar komt vaak voor op een gedeelte van het verenkleed. Bij deze kleine mantelmeeuw is echter het gehele verenkleed zo goed als wit. Al met al dus een heel mooi en interessant beest. Nu maar hopen dat hij te verleiden is tot het dragen van zo'n mooi ringetje....




woensdag 2 april 2014

Eilandbezoek

Begin vorige week hebben we een bezoek gebracht aan de kolonie op de Sassenplaat. De Sassenplaat is een eiland dat ten noorden van Moerdijk in het Hollandsch Diep ligt. Hoewel het gros van de meeuwenkolonies zich langs de kust bevindt, ligt deze veel verder in het binnenland.

Locatie Sassenplaat

Bij aankomst op het eiland werden wij overvallen door het grote aantal kleine mantelmeeuwen. Het lijkt erop dat deze kolonie ieder jaar groter wordt. Een van de redenen daarvan is het feit dat een eiland ideaal is om te broeden voor de meeuwen. Op een eiland heb je namelijk geen last van predatoren als vossen, die je nestje komen leegeten. Het enige gevaar komt uit de lucht, kort na onze aankomst zorgde een jonge zeearend voor een hoop commotie in de kolonie. De kolonie gaat dan grotendeels met een hoop kabaal de lucht in, de aanblik van honderden boze meeuwen was genoeg voor de zeearend om door te vliegen.

Zeearend kiest het hazenpad

Een andere reden voor de grote aantallen meeuwen op de Sassenplaat is de ingebruikname van braakliggende terreinen door industrie op het nabij gelegen industrieterrein. Veel meeuwen van de Sassenplaat broedden namelijk eerst op het industrieterrein. Meeuwen zijn zeer trouw aan hun broedplaats. Er zijn gevallen bekend van meeuwen welke op exact dezelfde plek van een dak van een loods gingen broedden, waar zich voorgaande jaren hun nest bevond op de grond. Echter wanneer het broedsucces minimaal wordt door bijvoorbeeld nieuwbouw of predatie, verplaatsen ze. Een voorbeeld hiervan is kleine mantelmeeuw Y-NL.

Kleine mantelmeeuw Y-NL

Deze mevrouw van middelbare leeftijd (17 jaar) is als kuiken geringd op de Maasvlakte in 1997. Vanaf 2006 broedde zij op het industrieterrein van Moerdijk. In 2012 had een vos flink huisgehouden op de kolonie in het industrieterrein, waarop zij vanaf 2013 besloot om op de Sassenplaat te gaan broeden. Meer dan de helft van de 128 afgelezen geringde meeuwen die dag zijn meeuwen welke eerst op het industrieterrein broedden. Nu maar hopen dat die vos zijn zwemdiploma niet heeft.


dinsdag 18 maart 2014

Hormonen op de Maasvlakte

Gisteren ben ik een dag in de verschillende kolonies op Maasvlakte en Europoort geweest. Op verschillende braakliggende terreinen tussen de bedrijven in bevinden zich hier gemengde kolonies van Zilvermeeuwen en Kleine Mantelmeeuwen.  Een van die kolonies is de kolonie op de "Kop van de Beer".

Gemengde kolonie Zilvermeeuwen en Kleine Mantelmeeuwen "Kop van de Beer"

Twee weken geleden kwamen we rond de avond in de kolonies, wanneer de meeuwen gingen slapen. Overdag waren de kolonies tot voor kort nog praktisch leeg. Er kan echter veel veranderen in twee weken, aangezien de kolonies nu ook overdag bezet zijn. De broedruimte in de verschillende kolonies is in de loop van de jaren steeds kleiner geworden, wat resulteert in het feit dat de broedparen steeds dichterbij elkaar moeten broeden. Het is aannemelijk dat de meeuwenparen daarom nu al een groot gedeelte van de dag de broedplaats bezetten. Dit resulteert in verschillende schermutselingen in de kolonie. Soms is een parmantige houding en een grote bek voldoende, maar regelmatig wordt er naar een meer fysieke oplossing gezocht.  

Zilvermeeuw vrouw R-0U bewaakt haar zandhoop

In deze kolonie wordt sinds 2010 geringd. De meeste geringde vogels op deze kolonie zijn vaste gasten waarvan de ringen veelal alleen in de kolonie worden afgelezen en op één of enkele vaste fourageerplaatsen. Bovenstaande Zilver R-0U is buiten de kolonie bijvoorbeeld alleen maar in rondom de Bruijnings Ingenhoeslaan in Voorburg waargenomen. Andere vaste koloniegangers hebben een meer gevarieerde historie, zoals bijvoorbeeld de Kleine mantelmeeuw G-EU93, welke als pul in 1996 op een andere plaats op de Maasvlakte is geringd. 

Kleine mantelmeeuw G-EU93

Deze meeuw overwinterd jaarlijks trouw in Frankrijk, en bevond zich anderhalve maand nog in Champteussé-sur-Baconne, Frankrijk. Pas in 2009 dook deze meeuw op in de kolonie op de Kop van de Beer, waar hij of zij waarschijnlijk ook broedt. Hopelijk is deze oud gediende te vangen dit broedseizoen, zodat zijn oude versleten tarsusring vervangen kan worden door een nieuwe tibiaring.

Ten slotte zijn er ieder jaar nieuwelingen in een kolonie. Een goed voorbeeld hiervan is zilvermeeuw Y-UX, welke sinds het ringen in de kolonie van Moerdijk vrijwel alleen maar in België en Frankrijk wordt waargenomen. In september 2012 was hij of zij al eens wezen kijken op de Maasvlakte, om vervolgens weer twee jaar enkel op de Vuilstort van Blaringhem, Frankrijk op te duiken. Alhoewel de vogel in 2010 al adult, en dus in staat om te broeden was, is het onbekend of hij/zij ooit al eens op  eieren heeft gezeten. Misschien dit jaar dan?

donderdag 13 maart 2014

Het wel en wee van geel UT

Regelmatig loop ik een rondje over de Nassauweg in Dordrecht, aangezien deze plek vanaf het centraal station maar 5 minuten lopen is. Er zitten daar namelijk vrijwel altijd wel een paar grote meeuwen, en zodoende lees ik daar ook wel eens een ring af. Het kleurringen van meeuwen zorgt ervoor dat je een inzicht krijgt in het leven van individuele dieren. Een vaste badgast van de Nassauweg is de adulte zilvermeeuw geel UT. Sinds het begin van het jaar kom ik deze meeuw vrijwel elke keer tegen als ik mijn vaste rondje doe. De eerste keer dat ik hem trof was in begin januari. Het viel me toen al op dat hij niet erg lekker in de veren zat.

Geel UT in begin februari

Geel UT is geringd als pul op het industrieterrein van Moerdijk en wist in zijn tweede jaar de Nassauweg al te vinden. Als jonge vogel deed hij nog goed mee met de anderen en wist hij zijn voedsel te vinden in de harde voedselcompetitie van de vuilnisbelten van Breda, Tilburg en Dordrecht. Zijn bezoeken aan deze plaatsen werden echter al snel minder en sinds december vorig jaar is hij alleen nog maar langs de Nassauweg gezien. Ondanks dat op deze plek de voedselcompetitie veel lager is, gaat het niet beter met geel UT en zie ik hem elke keer verder aftakelen. 

Geen kracht meer om zijn vleugels omhoog te houden

Toch sta ik er van te kijken hoe taai die goede oude UT is. Ondanks hij graatmager is, zijn vleugels niet meer omhoog kan houden en zijn veren niet meer netjes krijgt, kom ik hem toch elke keer weer tegen. De laatste keer dat ik hem zag zat hij een beetje te dommelen in het voorjaarszonnetje. Daarom dit kleine eerbetoon aan geel UT, op je gezondheid!